Rituele zin & onzin in 11×300 woorden

Geloven wij intussen allemaal multireligieus?  En zo ja, moeten wij dan ook multireligieuze rituelen maken? Of kán dat helemaal niet: zélf rituelen ontwerpen? Alleen het stellen van die vraag kan al nauwelijks in 300 woorden. Vandaar dat ik steeds naar mijn blog verwees. Niet alleen die eerste keer, maar ook de 2e keer toen we ons afvroegen of wij tot liturgie vieren=bidden nog wel in staat zijn, nu wij ons God steeds minder als persoon voorstellen. En de 3e keer toen we ons naar een woord van Winston Churchill (“We shape our buildings and thereafter they shape us”) realiseerden hoe sterk ons Godsbeeld én kerkbeeld bepaald worden door de inrichting van de ruimte waarin wij samenkomen. Als het nodig is om de voorganger die ons voorleest of toe(s)preekt te kunnen zien is het  logisch om lezenaar/kansel wat te verhogen. De tafel waaraan wij daarop biddend antwoorden (voorbeden, lofprijzing, Onze Vader al dan niet met brood en wijn in handen) op datzelfde podium zetten is vreemd. Die hoort in de kring.  Van wie ons toespreekt moet het gezicht gezien worden, van wie ons voorgaat in gebed bij voorkeur niet. Laat die liever midden tussen ons in staan.

Ook alle volgende keren over de onderdelen van de zondagsdienst moest ik het papieren ruimtegebrek digitaal compenseren. Daar zal ik in de loop van volgend jaar nog het nodige aan toevoegen. Belangstellenden nodig ik hartelijk uit om zo nu en dan eens in te loggen en te reageren. En mochten gemeenten, kerkenraden of liturgiewerkgroepen in het seizoen 2015-2016 graag nog eens willen overleggen of een gemeente-avond dan wel een serie lezingen beleggen, dan ben ik daartoe bij leven en welzijn graag bereid.

Henk van Waveren  Zin of onzin? Ik hoor het graag via henkvanwaveren.wordpress.com  of  henkvanwaveren@gmail.com

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Rituele zin & onzin 10: Uitzending en Zegen

De zegengroet aan het begin en het eind van de dienst zijn vrijwel pendanten. Maar anders dan de oorspronkelijk ook simpele begingroet zijn uitzending en zegen nooit erg gaan woekeren: een paar mededelingen, slotlied, zending en zegen. Een paar gedachten bij elk onderdeel.

Een mededeling over wat de komende week onze aandacht verdient past goed bij de uitzending. Veel beter dan bij het begin waar mededelingen alleen maar storen. Beter ook dan bij de voorbeden waar mededelingen  van de diaconie over wie wij met gaven, gebeden of bloemen willen gedenken meer ter zake zijn.

Zo al ooit dan past nu een afrondend strofenlied dat inhoudelijke geschiktheid paart aan goede zingbaarheid. Overigens kan het best een wat ruimere strekking hebben dan precies de thema’s die in deze dienst aan de orde waren. Een lied, dat nog weer heel nieuwe snaren beroert, lijkt nu niet wenselijk meer.

Voor de uitzending geldt: sober en zonder moraliseren een link leggen tussen de voorafgaande dienst en het dagelijks leven dat ons wacht. Ongeveer zoals het in veel gemeenten gebruikelijke Bevestigen wij ons geloof … etc. Soms kan dat voorafgegaan of vervangen worden door een korte opwekking uit de apostelbrieven, die tegenwoordig in de woorddienst niet zo heel vaak gelezen worden.

De zegengroet bidt ons Gods nabijheid toe (à Dieu of Goodbye=God be with you) bij het vervullen van de levensopdracht die ons wacht. Liever dan De Eeuwige zegene óns is mij het ú, het elkáár over en weer zegenen in wisselspraak of wisselzang. Zie Liedboek 429a-431c. In katholieke kring wordt de dienst meestal besloten met de woorden Zegene u de almachtige / barmhartige God: Vader, Zoon en heilige Geest, waarbij allen het kruisteken (zegen komt van signum) maken. In protestantse kring zijn de priesterzegen uit Numeri 6 (De Eeuwige zegene u en behoede u etc) of de apostolische zegen uit 2 Kor 13:13) gebruikelijker. Ook de zegen van St. Patrick is in veel gemeenten tegenwoordig populair. Het handgebaar verwijst naar Numeri 6, naar het bemoedigend “opleggen” van de zegen als een gave én opgave. Gezegend worden wij om een zegen te zijn.

Henk van Waveren  Zin of onzin? Ik hoor het graag via henkvanwaveren.wordpress.com  of  henkvanwaveren@gmail.com

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Rituele zin & onzin 9: Gaven en Gebeden 2

Avondmaal is geen gelukkig woord vanwege de eenzijdige associatie met het “laatste avondmaal” en de daarbij horende inzettingswoorden. “Vreugdemaal” werd door collega van Hille geïntroduceerd. Zijns inziens hoort er bij uitstek op hoogtijdagen gegeten en gedronken te worden. Als tegenwicht begrijpelijk, maar toch ook eenzijdig. Want elke dag kleurt aan tafwl de stemming mee met het moment. Jammer dat eucharistie zo uitheems klinkt. Want dat griekse woord geeft wel precies weer waar het om gaat, nl. dat je met brood  en wijn in handen een toast uitbrengt op de Eeuwige, een zegen of dankzegging uitspreekt over het ons geschonken leven. Lechajiem in het hebreeuws, “daar ga je” in Mokum. B.v. als volgt: “Gezegend  zijt Gij om de levensmoed van zo velen die ons in geloof en vertrouwen voorgaan; mensen die als Abraham nieuwe paden durven gaan, mensen die als Jezus hun leven als brood, hun liefde als wijn delen met wie in nood zijn …”. Laat ook boven een maaltijdviering het kopje “gaven en gebeden” maar gewoon staan. Daar gaat het immers om: onder dankzegging gaven delen. Kernvraag daarbij is wel: ervaren wij ons leven nog als een zegen om God dankbaar voor te zijn? (Hoe) valt dat in onze tijd overtuigend te verwoorden?

Met tien tot twintig deelnemers is het niet onlogisch om tijdens die gesproken of gezongen  tafelzegen aan tafel te zitten, met meer mensen kun je beter in één wijde kring rond de tafel staan. Brood en wijn aan elkaar doorgeven, hoe mooi ook als gedachte, ontaardt in die staande kring meestal in onwennig gehannes. Laat dan liever uitdelers de kring rondgaan en daarbij geen stommetje spelen: bij het brood “de vrede van Christus zij met u”, bij de wijn “de liefde van God” of een andere vredeswens is toch niet te veel gevraagd? Sommige momenten van de dienst vrágen om stilte, nu is muziek of wisselzang met een refrein van de gemeente aangewezen. Mettertijd meer hierover op in mijn blog hieronder.

Henk van Waveren  Zin of onzin? Ik hoor het graag via henkvanwaveren.wordpress.com  of  henkvanwaveren@gmail.com

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Rituele zin & onzin 8: Gaven en Gebeden 1

In wervingsfolders koketteren wij graag met ons open avondmaal. Belangstellenden die, daardoor aangesproken, op een gemeentewebsite zoeken naar de eerstvolgende gelegenheid om op die hartelijke nodiging in te gaan, komen na lang zoeken tenslotte onder het kopje “bijzondere diensten” tot de ontdekking dat ze een half jaar of langer geduld moeten hebben. Dat is vreemd. Want al tijdens de AV van 1985 besloten wij de maaltijd van brood en wijn als gewoon onderdeel in onze remonstrantse zondagsdienst op te nemen. Onlangs vroeg de rector van het seminarie zich af waarom daar in de praktijk zo weinig van terecht gekomen is. Antwoord andermaal: een ritueel floreert alleen bij de gratie van frequente herhaling en dat hebben de meeste gemeenten zichzelf niet gegund. Zelfs niet op proef. En van de weeromstuit wordt in eenvoud je dagelijks brood met elkaar delen dan een onwennige plechtigheid. Met veel nadruk worden we genodigd om over te gaan tot de viering van de maaltijd, soms zelfs pas nadat het táfel(!!!)-gebed al vanaf de kansel is uitgesproken en de kerkgangers nog in de banken zitten. Dan worden er nog eens extra kaarsen aangestoken, brood en wijn worden “ontdekt”. De helemaal niet altijd noodzakelijke inzettingswoorden worden soms buiten het tafelgebed om nog eens met haast magische nadruk herhaald. Dat zou stukken eenvoudiger kunnen. Laat de dienst gewoon verlopen zoals elke zondag. “Gaven en gebeden” geeft als kopje voldoende weer wat er nu aan de orde komt. In sommige gemeenten, zoals o.a. het Londense Austin Friars, komen de kerkgangers altijd, ook als er geen maaltijd gevierd wordt, na de aankondiging van de diaconale collectebestem-ming met hun bijdrage naar voren. Staande rond de tafel bidden of zingen ze dan voorbeden, dankgebed en Onze Vader. Nauwelijks anders dan tijdens de maaltijdviering.  Die wekelijkse gang van zaken helpt natuurlijk geweldig om de daar gebruikelijke maandelijkse maaltijdviering niet als een uitzonderlijk plechtige exercitie te beleven.  Meer hierover op mijn blog.

Henk van Waveren  Zin of onzin? Ik hoor het graag via henkvanwaveren.wordpress.com  of  henkvanwaveren@gmail.com

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Rituele Zin en onzin 7: Storen

In AdRem van juli schreef ik dat storen en storen twee is of zelfs drie. Hinderlijke toelichting bij een rite die voor zichzelf spreekt stoort de concentratie als krassen op een LP of DVD. Maar ook op zichzelf zinnige zaken op het verkeerde moment aan de orde stellen kan contraproduktief zijn. IJzer moet je nu eenmaal heet smeden. Na preek met stilte, lied of muziek zijn we aan het einde van de eerste spanningsboog rond lezenaar of kansel. In het Doopsgezinde Werkboek voor Liturgie “De Gemeente komt samen” wordt dit moment “Open Ruimte” (hiernaast aan te klikken) genoemd. We ontspannen even en zien om ons heen wie of wat er mee genomen moet worden naar de kring van gaven en gebeden rond de tafel. Het gaat dan altijd om aandacht voor individuele mensen of speciale groepen. De diaconie licht toe wie onze gaven en gebeden nodig hebben en wie wij willen groeten met bloemen uit deze dienst. Soms zijn er paren, die onze zegen vragen over hun levensverbintenis. Anderen die op uittocht met ons in zee willen, worden in Christus gedoopt, in zijn geest ondergedompeld. Of wij gedenken overleden gemeenteleden. Zij horen allemaal bij de kring die wij nu gaan vormen. Storend? Maar waren we hier dan niet juist bijeengekomen om ons te laten storen door wie om Christus wil een beroep op ons doen of onze aandacht vragen? Zonder aandacht voor individuen blijft gemeenschap abstract. En waar we eerst zover nog niet waren is, nu we het appèl van het evangelie gehoord hebben, het moment aangebroken om elkaar bij de hand te nemen naar de wereldwijde kring van delen waarin wij onszelf opgenomen weten.

Daaraan wil ik graag toevoegen
wat de Liturgiecommissie in 1986 al schreef Lees verder

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Rituele zin & onzin 6: Horen 2

In AdRem van juni stelde ik de vraag aan de orde wat we uit welke bronnen in de kerkdienst willen lezen.                                                                                           Daarmee zijn we weer bij die vraag van de eerste keer naar multireligiositeit. Want hoe hanteer je zinvol en met respect andere inspiratiebronnen in de setting van een kerkdienst? Hapsnap een aardige tekst laten buikspreken om eigen gedachten te stutten kan de bedoeling niet zijn. Dat doen we met de bijbel al vaak genoeg. Halverwege de vorige eeuw realiseerden katholieken zich, dat hun eenjarige selectie van bijna uitsluitend nieuwtestamentische lezingen wel erg beperkt was, en protestanten, dat zij op zondag te vooral de bijbelse stokpaardjes van hun predikant te horen kregen. Al met al een uiterst magere selectie. Het 2e Vaticaans Concilie nam toen het lofwaardig initiatief om “de tafel van het woord” van een rijkere keuze te voorzien door in een driejarige cyclus naast evangeliën (en brieven) ook altijd een fragment uit het OT te lezen. Alle goede bedoelingen ten spijt bleken die fragmentjes met schaar en lijmpot vooral bij de evangelielezing gekozen te zijn. Zo kreeg je toch weer te horen, hoe OT en joodse volk een gepasseerd station waren. En die suggestie had men na WO II nu juist willen vermijden. Het oecumenisch leesrooster van de Raad van Kerken corrigeerde dat door zo nu en dan niet het evangelie maar de oudtestamentische pericoop toonaangevend te laten zijn en te laten uitspreken. Ik wil maar zeggen: als dát al zo nauw luistert, hoe zorg je er dan voor om teksten uit andere tradities te laten uitspreken?

Daaraan voeg ik nu hiernaast vier links toe: 
1. goede redenen voor vrijzinnigen om het oecumenisch leesrooster te volgen
2. hoe interreligieus lezen in christelijke context (artikel dat ik schreef in een bundel voor Dirk Monshouwer)
3. Gelukkig maar dat Kerst ook heidens is (preek kerkstnacht 2000)
4. De beproeving van Jezus en Boeddha vergeleken (preek 1e zondag 40 dagen 2001)

Henk van Waveren  Zin of onzin? Ik hoor het graag via henkvanwaveren.wordpress.com  of  henkvanwaveren@gmail.com  

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

RITUELE ZIN EN ONZIN 5: HOREN 1

In AdRem van mei schreef ik:                                                                                       Horen 1 gaat over de vorm van de “woorddienst”. Horen 2 zal over de inhoud gaan: wát lezen we? In weeftermen: 1 over de schering, 2 over de inslag. Nu dus over de wekelijks terugkerende orde. Tussen de spiegelbeeldige tegenhangers van begingroet en zegengroet aan het eind bevinden zich de al even spiegelbeeldige brandpunten: eerst “horend verstaan” en als antwoord daarop: “gevend bidden”. Ter wille van de concentratie is het ook nu zaak om over een herhaalbare vaste vorm te beschikken. Markeer voor beide brandpunten ook ruimtelijk een vaste plek: lezenaar en tafel. Een hoge kansel is meestal niet zinvol meer, zeker niet als ook gemeenteleden lezingen verzorgen. Want lezen vanaf de lezenaar en preken vanaf de kansel verbreekt niet alleen de samenhang maar suggereert ook dat de dienaar boven het woord staat, dat hij/zij met uitleg en kanttekeningen juist dienen mag. Enige inleiding op de lezingen kan dienstig zijn, maar dan wel liever om aan te duiden wat voorafging en in welke samenhang ze staan dan om nu al de inhoud of het plot te verraden of zelfs uit te leggen. Dat breekt de spanning (“o dat, dat kennen we al”). Lees altijd alsof u het nog nooit eerder gelezen heeft en laat de tekst niet buikspreken door nadruk te leggen op wat ú theologisch bijzonder belangrijk vindt. Dat kan allemaal in de preek. Vermijd ook en zeker hier allerlei niet terzake doend en afleidend gebabbel. Daartoe reken ik ook allerlei dienstregelings-aanwijzingen als hoofdstukken en verzen, die na 5 seconden al weer vergeten zijn. Zelfs zonder gedrukte liturgie volstaat het om de lezing te beginnen met b.v.: “In zijn roepingsvisioen zag de profeet Jesaja in de tempel …” of “In die tijd zei Jezus, zo vertelt ons de evangelist Lucas, …”. Hetzelfde geldt de veelal nodeloze aankondiging van liederen en gebeden.

Daar wil ik graag nog aan toevoegen,    Lees verder

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

RITUELE ZIN EN ONZIN 4: BEGINNEN

In AdRem van april schreef ik iets korter dan hier over Augustinus, die nog in de 4e eeuw de dienst begon met een eenvoudig “De Heer met u”, waarop de gemeente antwoordde met een al even eenvoudig “En ook met u“. Dan werd de bijbel geopend en was de tweeledige dienst van horen en antwoorden begonnen. Horen naar overgeleverde woorden en daarop antwoorden door biddend en zingend gaven, brood en wijn, met elkaar te delen. Daarna werd de dienst met een bijna al even eenvoudige zending en zegengroet besloten. Die zegengroet aan het begin en het eind van de dienst zijn vrijwel pendanten. Latere generaties vonden dat te kort door de bocht en bouwden eindeloos rituele voorhoven (intocht, intredepsalm, bemoediging onze hulp, drempel- of toenaderingsgebed, schuldbelijdenis met genadeverkondiging, de wet, kyrie-gloria, handdruk, groet en gebed van de zondag of gebed om de Geest). Soms overbodig en dubbelop, soms juweeltjes die het praktiseren waard zijn. Maar niet allemaal tegelijk. Dan krijgt de dienst een waterhoofd en raakt uit balans. Na een kwartier ben je dan nog niet aan de eerste lezing toe. In vrijwel alle gemeenten, remonstrants of niet, zijn na die eerste lezing de verschillen in orde van dienst verwaarloosbaar. Alle lokale creativiteit stort zich op dat begin. Bij ons niet zo uitbundig. Maar net als in andere kerken komen toch ook bij ons hinderlijke doublures voor. Lees verder

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

RITUELE ZIN EN ONZIN 3: RUIMTE

In AdRem van maart deed ik het voorstel
om uw kerkgebouw eens helemaal leeg te maken. Want kerkmeubels op de verkeerde plaats stralen een niet bedoelde boodschap uit waar geen preek tegen op kan. Een met lezenaar en andere spullen volgestouwde tafel op een podium is geen tafel maar een werkbank of “een altaar met een puist”. Zet alles eens even weg en dénk weg wat te vast zit: podium, orgel of kansel. Want wat Churchill zei (“We shape our buildings and thereafter they shape us”), geldt zeker voor de inrichting van ons kerkgebouw. Godsbeeld én kerkbeeld worden er blijvender door beïnvloed dan door woorden die voorbij gaan. Een gemeente in “busopstelling” gericht op een podium, waar “het” allemaal gebeurt, koestert onbewust een clericaler kerkbeeld dan kerkgangers die hopen, dat hun kring iets van God zal belichamen. Lees verder

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

RITUELE ZIN EN ONZIN 2: KUNNEN WIJ NOG (MEE) BIDDEN?

In AdRem van februari schreef ik: 

Met bidden weten wij ons nauwelijks nog raad.
Toch vinden de meeste remonstranten, anders dan bij voorbeeld NPB-leden,
de kerkdienst onmisbaar centrum van gemeenteleven.
Is dat niet vreemd?
Zonder gebed kun je toch eigenlijk niet van liturgie spreken.
Alles wat wij verder doen (vorming, toerusting, catechese, diaconie) is onmisbaar,
maar gebeurt gelukkig elders ook wel.
Maar samen bidden gebeurt haast alleen nog in de kerk. Lees verder

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie